De rol van de school

voorlezen

Op 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs ingevoerd. Het uitgangspunt van die wet is dat alle kinderen een plek moeten krijgen op een school die het beste past bij hun onderwijsbehoeften. De school krijgt meer mogelijkheden om ieder kind de best passende combinatie van onderwijs en ondersteuning aan te bieden.

Zorgplicht

Scholen hebben zorgplicht. Dat betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het bieden van een passende onderwijsplek voor ieder aangemeld kind. In de praktijk komt de zorgplicht er op neer, dat de school samen met de ouders en waar nodig met Kindkracht op zoek gaat naar de best denkbare passende school. Dat kan zijn de eigen school, een andere reguliere school of een speciale (basis)school.

 

Wijkgerichte aanpak

Passend onderwijs vindt plaats in de wijk, het dorp of de kern.
Om zoveel mogelijk thuis nabij en Passend Onderwijs te realiseren in de eigen wijk of in het eigen dorp of kern, is het nodig dat de krachten worden gebundeld. Voor ieder kind een passende plek, als dat kan in zijn of haar eigen buurt. “Geen kind de wijk uit” is het motto. Dit vergt van de scholen (besturen), jeugdhulp (gemeente) en samenwerkingsverband nog meer inzet voor sterke scholen, sterke gezinnen en sterke wijken. Scholen binnen een wijk of dorp werken met elkaar samen in een ROK (Regionaal Overleg Kindkracht). De regio VPR is verdeeld in 13 ROK’s . De jeugdhulp is door de gemeente georganiseerd in wijkteams, gebiedsteams en wijkgebonden JOT’s.

Doelen:

1. Alle scholen binnen een wijk maken gebruik van elkaars expertise, stemmen Passend Onderwijs -beleid en -praktijk op elkaar af en dragen de verantwoordelijkheid om vrijwel alle kinderen in de wijk te houden.
2. Het ROK is het platform om dit te proces te begeleiden. Het ROK wordt uitgebouwd door de samenwerking tussen de scholen te versterken, ongeacht denominatie. Het SWV zal hierin een sturende c.q. verbindende rol hebben en zich meer en meer richten op de initiatieven op het niveau van wijk of dorp.
3. Er wordt getracht om waar mogelijk de beschikbare middelen (wijkgebonden) vanuit het onderwijs en vanuit de gemeente/de jeugdhulp te combineren.
4. Nauwere samenwerking tussen de scholen binnen de wijk en het team vanuit de jeugdhulp, onder andere door tijdig een medewerker van het wijkteam (SMW/JGZ/Indicatiesteller) te betrekken, waar nodig in de wijk, op de school of bij het gezin thuis.